De Openbaring van Arsène Goedertier

De Openbaring van Arsène Goedertier
Posts tonen met het label DUA. Alle posts tonen
Posts tonen met het label DUA. Alle posts tonen

zondag 28 februari 2016

De Sterrestraat

De briefschrijver had dus de intentie om na ontvangst van het losgeld een souvenir te zenden naar mijnheer Goedertier. Dit souvenir was vermoedelijk gelinkt aan de diefstal van De Rechtvaardige Rechters waardoor de ontvanger van het kleinood zich bewust werd van zijn crusiale rol in deze affaire.
Als een zekere DUA in zijn allerlaatste briefje nu eens schreef: "Wie mijn aanwijzingen herkent en opvolgt zal naar de geheime bergplaats van De Rechtvaardige Rechters worden geleid."

Misschien zou hij de bisschop een gelijkaardig bericht hebben willen sturen? (Ook deze geestelijke had zonder het zelf te beseffen al een reeks aanwijzingen gekregen waarmee hij de locatie van de bergplaats kon situeren. Dit werd reeds uiteengezet in de 'postbus-code').
DUA beloofde dan wel dat hij na ontvangst van het losgeld de bergplaats van De Rechtvaadige Rechters zou aanduiden, maar had hij de intentie om dit op een directe manier te doen? De verschillende codes die verwerkt werden in de afpersing doen een ander scenario vermoeden.

Nu kwam het er op aan wie als eerste de bergplaats kon lokaliseren, de bisschop (al dan niet geholpen door de gerechtelijke instanties) of mijnheer Goedertier.

Arsène moet hevig verlangd hebben naar het moment dat hij met de pers in zijn kielzog de fantastische resultaten van zijn onderzoek kon tonen. De schijnvertoning van Arsène Goedertier kon beginnen:

In de AMDG-brief kwamen drie adressen voor die hij aan een grondig onderzoek kon onderwerpen. Het vierde adres, zijn voormalig adres in de Wegvoeringsstraat 15, kende hij maar al te goed.
De Sint-Laurentiuskerk te Antwerpen en de Finistaerrekerk in Brussel kon hij nog eens bezoeken om te bekijken of hier meer bijzonderheden waren te ontdekken.

De volgende logische stap was dat hij zich naar de Korenmarkt in Gent zou begeven om te kijken waar de brief juist werd gepost. Eenmaal ter plaatse zou er een buurtonderzoek volgen. Arsène zou merken dat de postbus zich in een nis van het postkantoor bevond. De nis zelf situeerde zich op de hoek van de Korenmarkt en de Sterrestraat (vanaf 1942, acht jaar na de afpersing, veranderde deze laatste straatnaam in de Stapelhuisstraat). De Sterrestraat ontleende haar naam aan de oude afspanning 'De Grote Sterre'. Het befaamde statige gebouw heeft daar meer dan 4 eeuwen gestaan. (Naar aanleiding van de Wereldtentoonstelling te Gent in 1913 werd in 1905 het toenmalig hotel-restaurant de l'étoile afgebroken om de Sint-Michielshelling te kunnen verwezenlijken).

 De Sterrestraat in 1897, richting Sint-Michielsbrug.
Rechts werden de afbraakwerken aangevat om plaats te maken voor het nieuwe postgebouw

Dezelfde locatie als hierboven, enkele decennia later

In de Sterrestraat kan er bij Arsène een lamp zijn gaan branden. De AMDG-brief attendeerde driemaal op een geraffineerde wijze naar sterren:

1. De constellatie van Orion met de ster Sirius in de 'Venster Sterre';

2. De hoofdletter G dat als symbool enkel in de vrijmetselarij wordt gebruikt en daar wordt afgebeeld in de 'Vlammende Ster';

3. De AMDG-brief werd gepost op de hoek van de Sterrestraat en de Korenmarkt.

De volgende logische stap zou geweest zijn dat hij vanuit de Sterrestraat, de locatie waar de brief werd gepost, keek naar de de richting waar de brief werd afgeleverd, zijn voormalig adres in de Wegvoeringsstraat te Wetteren. In het verlengde hiervan bevond zich de Finistaerrekerk te Brussel. Arsène keek nu naar het oosten. Bij nacht zou het sterrenbeeld Orion boven de horizon uitrijzen...

zondag 1 maart 2015

Analyse van het gebruik van de potloodpunten


Na een eerste studie van het stadsplan in 2002, stond het belang van deze ontdekking voor mij meteen vast. Terwijl Goedertier met zijn code op een indirecte wijze naar de Belgische vorsten verwees, legde hij dezelfde link met zijn potlood, op een subtiele en tegelijk meer directe manier. Vooral de wijze waarop hij dit deed, is van belang voor het verdere onderzoek. Het lijkt erop dat bij de uitvoering van zijn plan alle dingen uit twee moesten bestaan. Het is alsof deze dualiteit de rechtvaardiging vormt van heel zijn onderneming. Dit was al tot uiting gekomen bij de afpersing.

In de loop van 2012, nadat ik ontdekte welke rol zijn onderzoek naar de moordenaar van Joanna in dit alles kon hebben, slaagde ik erin mijn bevindingen nog beter te plaatsen in de context die Arsène Goedertier geschapen had. Via hemelse boodschappen werd hij in kennis gesteld van het Konings Geheim der Geheimen, waarna hij moest wachten op signalen die hem in het kader van het Laatste Oordeel zouden vertellen welke grootse opdracht hij nog te vervullen had. Na het Kerstmisdrama in Wetteren en de mysterieuze verdwijning van Robert Kreglinger ontwikkelde hij een lijnenspel, dat ‘een bovenaardse kruising’ opleverde voor de koninklijke crypte. De openbaring van de koninklijke begraafplaats was een feit, maar dit betekende nog niet dat hij wist wat hem nu te doen stond. Naarstig ging hij op zoek naar tekenen die hem konden vertellen waarom dit koninklijk graf aan hem gereveleerd werd. Het is binnen deze context dat zijn potloodpuntjes in het Antwerps stadsplan bekeken moeten worden.

Door zijn strikt geloof in het religieus determinisme was Goedertier ervan overtuigd dat de Allerhoogste macht had over de vrije wil van de mens, zodat Hij geheime boodschappen kon achterlaten die alleen de uitverkorenen konden begrijpen.



God zorgde er via de drukker van het stadsplan voor dat de zinsnede ‘deux grands panneaux portant’ (twee panelen uit het Lam Gods, de grisaille met het Lam en De Rechtvaardige Rechters, vertegenwoordigden in de leefwereld van Goedertier koning Albert) verbonden werd met koning Albert. Door het plaatsen van puntjes zocht Goedertier niet alleen naar de invulling van zijn taak, maar ook naar de rechtvaardiging ervan. Dat het Antwerpse stadsplan voor hem een bijzondere waarde had, bewijst het feit dat dit boekje gevonden werd naast de afpersingsbrieven in zijn bureau. Van Ginderachter schreef in zijn verslag: ‘Ci-joint un plan d’Anvers, trouvé dans le bureau de X…’

In het geval van een arrestatie zouden de speurders helemaal geen oog hebben  voor de tientallen puntjes in het boekje, en zelfs  niet  voor de dikke potloodbol die schijnbaar achteloos in een tekst was getekend. Toch vormde deze bol een directe link naar de bergplaats. Dit moet de fantast Goedertier een enorme kick gegeven hebben. Het versterkte zijn superioriteitsgevoel ten opzichte van de gerechtelijke diensten en het riep helemaal de sfeer op van een Arsène Lupin in zijn beste dagen. Het stadsplan kan voor Goedertier ook de functie van een soort talisman gehad hebben. Zijn optreden in Antwerpen vertegenwoordigde de kwetsbaarste schakel van zijn onderneming, maar in dit boekje bevestigde de Allerhoogste de rechtvaardiging van zijn opzet. En het zou hem beschermen tegen ontmaskering. 

zaterdag 29 november 2014

'Ik alleen weet waar het Lam Gods is' (2)


Vandaag is het exact 80 jaar geleden dat Arsène Goedertier als een koning werd begraven.

Op zijn sterfbed, vier dagen voor de begrafenis, fluisterde hij in het oor van advocaat De Vos:

'Ik alleen weet waar het Lam Gods is'.

Goedertier gebruikt wel degelijk de term 'het Lam Gods', alhoewel hij als kenner duidelijk het onderscheid kent tussen 'De Rechtvaardige Rechters' en 'Het Lam Gods'. Waarom drukt hij zich als zodanig uit?

Dit komt omdat er naast De Rechtvaardige Rechters nog iets anders vermist is.

Iets waar hij in zijn achtste afpersingsbrief 400.000 frank voor vraagt.


Voor De Rechtvaardige Rechters eist Dua 500.000 frank.

Als dit paneel de bisschop in goede staat bereikt, moet hij enkel op woord beloven dat hij exact na één jaar nog eens 400.000 frank stort aan een persoon die ten gepaste tijd zal aangeduid worden.

De speurders trekken hier voorbarige conclusies uit. Dua zou in geldnood verkeren en de vermindering van het losgeld dient beschouwd te worden als een overwinning. Ze gaan ervan uit dat de afperser zelfs niet meer op de 400.000 frank rekent. Mortier en Kerckhaert:

‘De onbekende had al overvloedig aangetoond dat hij helemaal niet naïef was en ook hij zal alle hoop op de resterende 400.000 fr. hebben opgegeven.' 

Dit is wel een zeer dubieuze conclusie. Iemand die niet naïef is, zal nooit een dergelijk voorstel doen als hij zijn eis niet hard kan maken. De vraag is dus hoe hij nog eens 400.000 frank kan afdwingen, als het bisdom al terug in het bezit is van De Rechtvaardige Rechters

Voor Arsène Goedertier is de zaak nog niet afgehandeld na de ontvangst van de 500.000 frank en de overdracht van De Rechtvaardige Rechters. Dit is een zeer belangrijk gegeven waar men vroeger onvoldoende aandacht aan heeft geschonken.

Vandaag, tijdens de lezing te Brasschaat, zal alles nog eens extra gekaderd worden, zodat de uiteindelijke bedoeling van de missie van Arsène Goedertier duidelijk wordt.

zondag 28 september 2014

De eerste Openbaring van Arsène Goedertier


Van op de Kattenberg in het park van Laken krijg je een goed overzicht over de eerder getrokken krachtlijn. Vroeger stonden er op de berg zitbanken van waaruit je een panoramisch zicht had op de stad Brussel. Van de zitbanken zijn er enkel nog restanten terug te vinden. Als je de lijn overziet die de vindplaats van de benen van Joanna Van Calck verbindt met de vindplaats van haar lichaam, nabij de Sint-Jan de Doperkerk, valt er iets op. Vanuit dit standpunt lijkt het park van Laken zeer goed op het middenpaneel van Het Lam Gods. Het groen glooiende landschap en de beplanting met de centraal gelegen vernauwde doorgang vertonen gelijkenissen. In het park bevindt zich juist naast deze doorgang de Sint-Annafontein. De positie van de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Laken en het koninklijk paleis uiterst links op de foto komen overeen met de positie van de kerk en het paleis op het middenpaneel. De centraal gelegen vijver, aan de horizon van het middenpaneel, vindt je in Laken op dezelfde positie terug aan de Kunstenaarsstraat. Op de middag komt zelfs de positie van de zon overeen met de positie van de stralende duif op het middenpaneel. Als we een meridiaan trekken door het park van Laken, op dezelfde manier dan dat men in de kunstliteratuur een middenlijn trek door het middenpaneel van het Lam Gods, merken we dat deze meridiaan perfect zuidelijk is georiënteerd. Voor iemand die in het religieus determinisme gelooft, bestaat er geen toeval. De Alleenheerser stuurde het penseel van Jan van Eyck, en de pen van de landschapsarchitect die het park van Laken ontwierp. Alleen engelen die door Maria zijn uitverkoren kunnen deze boodschappen herkennen. 

Het park van Laken, begin vorige eeuw. 

De aanbidding van het Lam.

Jan van Eyck liet zich bij het schilderen van het middenpaneel inspireren door 'de Openbaring Van Joannes', ook 'de Apocalyps' genoemd. 

‘Toen zag ik tussen de troon met de vier dieren en de kring van de oudsten een Lam, staande, als geslacht…’

In dit geschrift onthult God Zijn geheimen aan de mensen, via visioenen. De openbaring van Joannes beeldt de strijd uit tegen het Beest dat de wereld tijdens de Eindtijd in het verderf stort. Na de overwinning op het Beest volgt Gods Laatste Oordeel en de definitieve doorbraak van zijn heerschappij over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Het geslachte Lam Gods is een symbool voor Jezus Christus, God en mens, die door zijn kruisdood en verrijzenis de zondige mensheid redt. Hij is de middelaar tussen God en mens, die de toegangspoort opent voor het eeuwig leven.


Er is niet enkel een dualiteit in beeld, maar ook in gebeurtenis. 

King Albert's Book maakt duidelijk dat de mensheid de Eerste Wereldoorlog ervoer als de Apocalyps.  
De strijd tegen het Beest was losgebarsten. Door de gelijkenis in beeld en gebeurtenis kunnen Brussel als het nieuwe neergedaalde Jeruzalem, en Koning Albert I als de weergekeerde Jezus Christus gezien worden. 

Naast een verborgen landscoördinaat kan DUA dan de afkorting vormen van 'dualiteit'.

Zo kan Arsène Goedertier ervan overtuigd zijn geraakt dat de ontdekking van de krachtlijn een profetische boodschap was van de Alleenheerser, gericht aan de uitverkoren engel. Door Maria te vinden, vond hij de mens geworden Christus. 


De krachtlijn en zuidelijk georiënteerde meridiaan liggen parallel en juist naast elkaar.

dinsdag 16 september 2014

Het geheim van Arsène Lupin


Volgens de echtgenote van Arsène Goedertier bezat haar man sinds zijn jeugd mandenvol detectiveromans.
Na zijn overlijden stelde men vast dat hij volzinnen uit deze romans had overgenomen in zijn afpersingsbrieven.
L'Aiguille creuse (1909), van Maurice Leblanc was zijn lievelingsboek en had hij stukgelezen. In dit boek schrijft Leblanc:


'Dat Lupin, op eigen kracht, zonder andere feiten te kennen dan wij, met de toverkracht van een werkelijk buitengewoon genie er in geslaagd is het niet te ontcijferen document te ontcijferen; dat houdt in dat Lupin, als laatste erfgenaam van de koningen van Frankrijk, het koninklijk geheim kent van de Aiguille creuse.'

Dit is het eerste geheim van Arsène Lupin.

Het was eerdere onderzoekers reeds opgevallen dat Arsène Goedertier zich identificeerde met Arsène Lupin. Maar hoe komt het dat men decennia lang niet is kunnen doordringen tot de ware toedracht van de zaak?

Dit komt omdat Arsène Goedertier gebruik maakte van het tweede geheim van Arsène Lupin:


Als je de aandacht kunt afleiden, 
zal niemand je stoppen.

dinsdag 19 augustus 2014

Deel II: De vooroorlogse fase / 2.1. Het Vlaams Hoofd

Voorintekenen op 
nog mogelijk tot 1 september!

Het Vlaams Hoofd

DEEL II

De vooroorlogse fase



Tijdens Goedertiers leven werden twee belangrijke discussies gevoerd: wie stond er op het paneel van De Rechtvaardige Rechters afgebeeld, en wie was de rechtmatige eigenaar van het paneel? In mijn eerste boek[i] ging ik er nog van uit dat deze twee discussies de aanzet gaven tot de diefstal. In 1999 ontrafelde ik een code, maar kon ik nog slechts gissen  naar de chronologische volgorde waarin de gebeurtenissen zich afspeelden, die Goedertier tot deze code inspireerden. Op een gegeven ogenblik moet een bepaalde gebeurtenis hem op het idee gebracht hebben ‘iets te doen’ met De Rechtvaardige Rechters. Toen wist ik nog niet dat de eerste code slechts een onderdeel uitmaakte van een veel groter geheel. Jaren later zou ik daar door een andere gebeurtenis een betere visie op krijgen. Uiteindelijk bleek er achter het opzet van Goedertier een veel dieper liggende betekenis schuil te gaan, gebaseerd op de  oorsprong en de essentie van de godsdienst. Om tot dit inzicht te komen was het noodzakelijk om een gigantische puzzel te leggen, waarin elk stukje in de juiste context moest worden geplaatst. Uiteindelijk is het me gelukt een totaalbeeld te krijgen van Goedertiers opzet en  ben ik erachter gekomen waar en wanneer het voor hem allemaal is begonnen. In dit deel worden die gebeurtenissen zoveel mogelijk chronologisch weergegeven.




2.1. Het Vlaams Hoofd

Op 30 april 1934 werd de eerste van dertien afpersingsbrieven naar het bisdom verstuurd vanuit het Vlaams Hoofd. Liet DUA zijn campagne hier met opzet van start gaan?
Eeuwenlang bevond zich op de linkeroever van de rijke havenstad Antwerpen een uiterst dunbevolkte polder, immuun voor de veranderingen aan de overkant van de Schelde. Sinds 843 (Verdrag van Verdun) behoorde het grondgebied tot het graafschap Vlaanderen (linkeroever), terwijl Antwerpen aan de overzijde deel uitmaakte van het hertogdom Brabant (rechteroever). De Schelde vormde de grens tussen de erfvijanden van het Franse koninkrijk en het Duitse Rijk. Het kleine gehucht op de linkeroever vervulde eeuwenlang de rol van Vlaams bruggenhoofd. Vanop het Vlaams Hoofd stak men van in de  dertiende eeuw per veer de Schelde over naar Antwerpen. Tijdens vele oorlogen en belegeringen werden langs weerszijden van de rivier versterkingen opgericht. Op de linkeroever evolueerde het Fort Vlaams Hoofd (1576 – 1935) tot veruit de grootste versterking van de polders. Ondanks de soms penibele situatie handhaafde zich in het gehucht een compacte bewonerskern van vooral arme vissers.
In de Middeleeuwen ontstond er in het gehucht een levendige verering van de heilige Anna. In de twaalfde eeuw werd er een kapel opgericht, gewijd aan deze patroonheilige. Het dorpje dat zich rond de kapel ontwikkelde, kreeg de naam Sint-Anna. In 1330 was de kapel van Sint-Anna al een populair bedevaartsoord. In de vijftiende eeuw was de heilige Anna een van de bekendste en meest geliefde heiligen. Als hemelse voorspreekster bij haar kleinzoon Jezus schreef men haar bijzondere machten toe. In deze periode werd ze vaak samen met haar dochter Maria en haar kleinkind Jezus voorgesteld. Vandaar de naam Anna te Drieën.
In 1450 zou de Sint-Annakapel vernield zijn. Op het einde van de vijftiende eeuw werd op dezelfde plaats een ruime stenen kapel gebouwd, die tijdens de slag om Antwerpen in 1582 opnieuw werd verwoest. In 1613 werd de kapel opnieuw opgebouwd; ze kreeg in 1667 een mooi houten beeld waaruit de ‘aardse Drie-Eenheid’ werd gesneden. Rond de Sint-Annakapel situeerden zich geruime tijd graven die dateerden van de Spaanse overheersing. Tijdens het Franse Revolutionaire bewind in 1798 werd de inboedel en aanpalende grond verkocht en maakte men van de kapel een opslagplaats. Tijdens het Hollands bewind werd ze als smidse ingericht, totdat J. Meyers de Swyndrecht ze in 1829 kocht en terug aan de eredienst gaf. In 1854 schonk hij ze aan de Antwerpse priester Joannes Hanegraeff. Na zijn dood stonden zijn beide zusters het eigendomsrecht af aan de H. Kruisparochie van Zwijndrecht.[ii]
In 1600 werd het Vlaams Hoofd op een paneel vereeuwigd door de Brabantse kunstschilder Abel Grimmer (ca. 1570 – 1618 of 1619). Op de voorgrond van het schilderij staat het Vlaams Hoofd afgebeeld. In het midden zien we een druk bevaren Schelde, met op de achtergrond de stad Antwerpen. Later voegde Hendrik van Balen (1575 – 1632) er een hemels tafereel aan toe. In het midden ontwaren we God de Vader met een wereldbol op zijn schoot. Boven zijn hoofd zien we een duif, omgeven door een stralenkrans. Links van God zit Jezus, die met zijn linkerhand een groot kruis vasthoudt, en zijn rechterhand op de borst legt. Rechts van God knielt Maria met haar rechterhand op de borst. Zij worden omgeven door gevleugelde engelen. Het schilderij bevindt zich in de collectie van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen.
In 1893 werd Sint-Anna – in de volksmond: Sint-Anneke – een gehucht van de gemeente Zwijndrecht, behorend tot de parochie van het Heilig Kruis, een zelfstandige parochie in het bisdom Gent. De nieuwe parochie werd onder de bescherming van de Heilige Anna geplaatst. In 1894 werd er een nieuwe tijdelijke parochiekerk ingezegend die met haar 100 zitplaatsen na vijf jaar reeds te klein bleek te zijn. Men besloot een moderne neogotische kerk te bouwen, waarvan de voorzijde uitgaf op de baan naar Gent en de achterzijde op de spoorwegroute. In 1905 werd de nieuwe parochiekerk HH. Anna en Joachim ingewijd. Zij bood plaats aan 600 parochianen. In datzelfde jaar kreeg het veerpont van Sint-Anneke, naar aanleiding van 75 jaar onafhankelijkheid van België, hoog bezoek van prins Albert.[iii]
Met de eerste Antwerpse Wereldtentoonstelling (1885) kreeg de overzet naar Sint-Anneke een bijkomende functie. Ze begon dienst te doen als een korte zondagse pleziervaart. Frans Lauwers schreef in 2011: ‘Dat de netjes geklede dames en heren zich daarvoor tussen de karren, het vee en de soldaten moesten begeven, nam men er maar bij. Tegenover de Antwerpse rede rezen namelijk enkele opvallende bestemmingen op, waar kandidaat-pretmakers zich onder meer tegoed konden doen aan diverse mosselbereidingen. Enerzijds was dat de Belvédère met de glazen kijktoren, anderzijds het casino Kursaal, dat gebouwd was naar het voorbeeld van de toen nog bestaande Trocadèro in Parijs, met een pier die in de Schelde liep.’[iv] Het Kursaal, gebouwd ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling, werd op bevel van de Duitsers in 1918 gesloopt, nadat het zwaar was beschadigd.
Tijdens het bewind van Leopold II maakte men plannen voor een broodnodige uitbreiding van de Antwerpse haven. De Borgerweertpolder werd hiervoor als de ideale plek gezien. In 1874 werd er een wet uitgevaardigd die bepaalde dat er zo snel mogelijk een oeververbinding moest komen. In 1894 bepaalde het plan Plissart dat heel de polder (963ha) moest onteigend en opgehoogd worden. Daarna zou ze door middel van twee tunnels verbonden worden met de moederstad. Tussen 1904 en 1906 begon men alvast met het opspuiten van de noordoostelijke hoek van het gebied, aan de Scheldebocht. Zo werd ongewild Sint-Anneke-plage geboren.
Vanuit het Waasland werden toeristen en pendelaars ‘aangevoerd door Le Chemin de fer du Pays de Waes. Het eindpunt van deze spoorweg was immers gelegen op het Vlaams Hoofd. De overzetdienst vormde een doortrekking van de verkeersweg tot Antwerpen-centrum.’[v] Vanaf de vijftiende eeuw lag de landingsplaats van het veer tussen Sint-Jansvliet en het Bierhoofd, ongeveer ter hoogte van de huidige Vlasmarkt.[vi] Later verhuisde ze naar het Steenplein. De aanlegplaats in Sint-Anna bevond zich op de laaggelegen Oude Veerdam, voor het restaurant Les Trois Rois. Om naar het strand te gaan ‘moest men Dijk-Noord helemaal afwandelen, langs de Royal Yachtclub, waar de plezierbootjes aanlegden en waar de vaartuigen werden opgeknapt.’[vii] Onderweg aanschouwde men groene weilanden met grazende koeien en schapen.[viii] Vanaf de jaren twintig werd je ernaartoe gebracht met een toeristentrein op smalspoor, de voorloper van de latere Sint-Anna-Express.[ix]
In het begin van de twintigste eeuw bestond de oude dorpskern uit een tachtigtal panden, waarvan de helft fungeerde als café of restaurant en sommige als hotel.  Plaatselijke specialiteiten die er werden aangeboden, waren mosselen met frieten of paling in ’t groen. Het Plein of La Grand Place vormde het centrum van de oude dorpskern. Achtereenvolgens trof je er de volgende zaken aan: In de beurs van Vlaanderen – H. Van Eyck; La Tête d’Or; De Leeuw van Vlaanderen; A La Rose; La Couronne; De Zwaan; A La Fontaine en Aux Trois Rois.
Op de Rijselsebaan trof je o.a. dansgelegenheid In den IJzer met een indrukwekkend orgel. Als men  de Rijselsebaan volgde van bij de kerk kwam men langs het klooster van de H. Kindsheid.[x]
Rond de eeuwwisseling waren het de veerboten Princesse Charlotte en Ville de Gand die de dienst uitmaakten. In 1922 waren er nieuwe overzetboten gereed: de Schelde en de Maas. Dankzij de Duitse herstelbetalingen volgden in 1927 de IJzer, de Leie en op 14 juli 1930 de Rupel. Op een van die boten werkte een zekere De Lup.[xi]
Het voormalig vissersdorp bleef niet gespaard van rampen. Op 4 november 1899, bij het inschepen op de linkeroever, gebeurde een ongeval dat in de dagbladen werd geblokletterd als IJselijke ramp op ’t Vlaamsch-Hoofd-Landingsbrug van den spoorweg ingestort – Talrijke dooden en gekwetsten. Die noodlottige ochtend kwam de trein uit Sint-Niklaas om 5:23 uur aan op Sint-Anna. Hij zat tjokvol dokwerkers en marktvrouwen. In dichte drommen trok de massa naar de wachtende overzetboot. Het was hoogtij.


Op een bepaald ogenblik hoorde men een oorverdovend gekraak. De brug, die de overgang vormde naar de boot, had het begeven onder het zware gewicht van de massa. Mannen en vrouwen gilden om hulp. Algemene paniek ging over in totale chaos. Er werd geroepen: ‘De brug stort in!’ – ‘De boot zinkt!’ Hoewel de kapitein hen tot rust probeerde te brengen, sprongen talloze mensen van de boot in het water. Het personeel van de boot en de spoorweg bood dadelijk hulp, maar de reddingsoperatie werd danig bemoeilijkt door de ochtendschemering. Duizenden mensen kwamen uit Antwerpen en Oost-Vlaanderen naar het Vlaams Hoofd om de plaats van het onheil te bezoeken, en van zo dicht mogelijk de reddingswerken te volgen. Balans: elf doden en tientallen gekwetsten. De lijken werden op stro, in drie rijen, in de wachtzaal van het station gelegd.[xii] De roep om een degelijke oeververbinding die een grote massa kon verwerken, werd groter dan ooit. Bijna 34 jaar later zou aan deze wens gevolg worden gegeven.
De stad Antwerpen zocht nieuwe oorden op voor een stadsuitbreiding. Tussen 1907 en 1910 werd al een onderzoek ingesteld om het Vlaams Hoofd aan te sluiten bij de stad. Na de oorlog monde dit uit in een wetsvoorstel. Op 19 maart 1923 ging de Borgerweertpolder, het Zwijndrechtse stuk polder tegenover Antwerpen-centrum, over naar de stad Antwerpen. Sint-Anna behoorde van dan af  bij de provincie Antwerpen. Op 31 maart vond de plechtige overdracht plaats. Het Antwerps stadsbestuur met burgemeester Frans Van Cauwelaert voer op de Sint-Annekensboot de Schelde over en begroette op het Vlaams Hoofd de delegaties van Burcht en Zwijndrecht. De rivier vormde niet langer een scheidingslijn. Het wettelijk kader voor de permanente oeververbinding was reeds in 1874 gerealiseerd. Na een lange discussie of het nu een brug of een tunnel moest worden, werd in 1931 uiteindelijk met de graafwerken begonnen. Er zouden twee tunnels komen. Een voor voertuigen en een voor voetgangers. De voetgangerstunnel werd tussen het Sint-Jansvliet en de Sint-Annakapel gegraven. Hiervoor moest de oude dorpskern van Sint-Anna wijken.
Op 10 september 1933 volgde onder grote belangstelling de inhuldiging van de voetgangerstunnel op het Sint-Jansvliet. Odile Poppe getuigt: ‘Dat ging natuurlijk gepaard met grootse feestelijkheden. Koning Albert en koningin Elisabeth, kroonprins Leopold en prinses Astrid openden de tunnels officieel. Het centrum van de stad was sprookjesachtig verlicht. Maar het hoogtepunt van de feestelijkheden was het unieke schouwspel dat zich op de Schelde afspeelde. Een vloot van honderden bevlagde en versierde schepen voer als een sprookjesarmada langzaam langs de rede. Het was een feest voor het oog. Grote sleepboten spoten reusachtige waterstralen in de lucht en honderden duiven werden losgelaten.’[xiii] 
De Tweede Wereldoorlog liet van het oude Sint-Anna nagenoeg niets meer over. ‘Wat van de vroegere Rijselsebaan overeind was gebleven, werd door inslaande bommen vernietigd. Een V2-raket vernielde een volledige rij huizen. Een voltreffer waar veel doden bij vielen. Door de geweldige luchtverplaatsing waren ook veel huizen aan de Geldhofstraat onbewoonbaar. Daken werden afgerukt, deuren en ramen weggeslagen.’[xiv] Een paar jaar na de oorlog werd definitief een einde gemaakt aan het oude Sint-Anna. ‘De weinige mensen die er nog woonden, moesten hun huizen ontruimen en een ander onderkomen zoeken. De Geldofstraat en wat er was overgebleven van de Rijselsebaan werden eerst aangepakt. De huizen werden met de grond gelijkgemaakt en daarna onder massa’s zand bedolven.’[xv] Enkel de kerk uit 1905 bleef overeind. Het gebouw waarvan de fundering ooit twee meter hoger had gelegen dan de omliggende gebouwen, bevond zich nu in een put. ‘In 1968 werd de kerk eindelijk afgebroken en werd de vrijgekomen ruimte met zand gevuld. Met de kerk verdween de laatste tastbare herinnering aan het eens zo levenslustige Sint-Anneke.’[xvi]

In het begin van de twintigste eeuw was het echtpaar Frans Van Kets–Maria Van Gestel een opvallende verschijning op het Vlaams Hoofd. Via een gemeenteraadslid kreeg Frans van Kets (1873–1944) toestemming van burgemeester Jan Van Rijswijck om op de Antwerpse markten te zingen: elke vrijdag op het Sint-Jansplein en ‘s zondags op de Rui. Dertig jaar lang deed hij dit, tot een paar jaar voor het uitbreken van de Grote Oorlog. ‘Voorts liet hij de gelegenheid niet ontglippen dat den Zondagnamiddag honderden Sinjoren met hun kroost op de St. Annekensboot de rivier overstaken, om zich met zijn gruwelbord op het Vlaamsch Hoofd op te stellen en zijn moordgeschiedenissen te zingen.’[xvii] ‘Van al de liedjeszangers die regelmatig tusschen 1875 en 1914 op markten stonden is de herinnering aan het echtpaar Frans Van Kets-Van Gestel het sterkst door de Sinjoren bewaard gebleven.’[xviii]
Als verspreiders van sensationeel nieuws, dat de aandacht van de grote massa trok, stonden marktzangers[1] in het middelpunt van de belangstelling. Staande op een stoel of een tafel zongen ze hun nieuwsfeiten. Met waterverf op papier werden gruwelplaten geborsteld. Terwijl ze hun strofen aan elkaar rijmden, kon je het verhaal op het bord volgen, als in een stripverhaal. De toehoorders snoepten van die ongekunstelde liedjes over moordzaken en rampen; hun medelijden of verontwaardiging werd er door opgewekt. Eenvoudige volksmeisjes en- jongens zongen ze vol overtuiging mee, om ze achteraf weer spoedig te vergeten. De marktzangers waren zowat de sensatiebladen van hun tijd.[xix]       
Van Kets prikkelde zijn publiek niet alleen met liedjes, maar ook met zijn talrijke, vaak gewaagde moppen. Van Kets was een lange magere kerel. Hij krabde op zijn viool en vulde zijn liedjes aan met commentaren, terwijl zijn klein zwaarlijvig vrouwtje de strofen zong. Soms zong hij met een van zijn vijf dochters, die zich tot een prachtige jonge vrouw ontpopte en menig mannenhart sneller deed slaan. Zijn liedjes werden aangeleverd door de gewezen Antwerpse politieagent Pierre Bauwens uit de Lange Kievitstraat[2].[xx]
Op 12 maart 1906 werden de stad Antwerpen en Sint-Anna getroffen door zware overstromingen. Dit gebeuren trok heel wat ramptoeristen aan. Een van de liedjes van Frans was toepasselijk getiteld: Gevolgen van de springvloed.[xxi]           Zijn bekendste liedje werd echter het Treurlied over de ijselijke misdaad te Brussel-Molenbeeck op het achtjarig meisje Johanna Van Calck.[xxii] Hier volgt een gedeelte uit het lied dat de familie Kets een maand voor de overstroming uit volle borst stond te zingen op Sint-Anna:

Johanna Van Calck werd verkracht!
Een monster had ’t kind opgewacht
Met lekkernij het kind ging mee
Verwurgt daarna in stukken snee.
Wat heeft het kind niet geleden?
’t Argeloze lam vond een vrees’lijke dood.

Haar moeder schreit d’oogen rood
Over hare marteldood
Haar oog scheen als de zon
Gelijk ’t licht eener bron.

Zoo stierf het dan voorwaar!
Als eenen martelaar!
Gebonden in een pak,
’t Onschuldig kind instak
Acht jaar, pas ontloken roos!
Verlaat z’ons voor altoos.




[1] In 1853 beschreef Hendrik Conscience in zijn roman De Boerenkrijg liedjeszanger Jantje van Lier.
[2] De Pelikaanstraat komt uit op de Lange Kievitstraat.




[i] Het geheim van De Rechtvaardige Rechters, een koningsgeschenk, 2001, Chris Noppe, Houtekiet
[ii]http://topa.be/admin/files/assets/subsites/2365/documenten/antwerpen__sintanna_lo__1___geschiedenis.pdf
[iii] De Sint Annekensboot, p. 69, 1982, Mon De Kempeneer, Orteliusfonds – Uitgeverij MIM, Deurne - Antwerpen
[iv] Sint-Annaplage en Noordkasteel, P. 5, 2011, Frans Lauwers, The History Press
[v] De Sint Annekensboot, p. 31, 1982, Mon De Kempeneer, Orteliusfonds – Uitgeverij MIM, Deurne - Antwerpen
[vi] De Sint Annekensboot, p. 18, 1982, Mon De Kempeneer, Orteliusfonds – Uitgeverij MIM, Deurne - Antwerpen
[vii] Lief en leed op het oude Sint-Anneke, p. 16, 1988, Odile Poppe, Uitgeverij C. De Vries-Brouwers b.v.b.a., Antwerpen, Rotterdam
[viii] De Sint Annekensboot, p. 41, 1982, Mon De Kempeneer, Orteliusfonds – Uitgeverij MIM, Deurne - Antwerpen
[ix] Actiecomité Linkeroever vzw: http://users.skynet.be/alo/sint.html
[x] Lief en leed op het oude Sint-Anneke, p. 19, 1988, Odile Poppe, Uitgeverij C. De Vries-Brouwers b.v.b.a., Antwerpen, Rotterdam
[xi] De Sint Annekensboot, p. 113, 1982, Mon De Kempeneer, Orteliusfonds – Uitgeverij MIM, Deurne - Antwerpen
[xii] De Sint Annekensboot, p. 44, 1982, Mon De Kempeneer, Orteliusfonds – Uitgeverij MIM, Deurne - Antwerpen
[xiii] Lief en leed op het oude Sint-Anneke, p. 99, 1988, Odile Poppe, Uitgeverij C. De Vries-Brouwers b.v.b.a., Antwerpen, Rotterdam
[xiv] Lief en leed op het oude Sint-Anneke, p. 114, 1988, Odile Poppe, Uitgeverij C. De Vries-Brouwers b.v.b.a., Antwerpen, Rotterdam
[xv] Lief en leed op het oude Sint-Anneke, p. 119, 1988, Odile Poppe, Uitgeverij C. De Vries-Brouwers b.v.b.a., Antwerpen, Rotterdam
[xvi] Lief en leed op het oude Sint-Anneke, p. 119, 1988, Odile Poppe, Uitgeverij C. De Vries-Brouwers b.v.b.a., Antwerpen, Rotterdam
[xvii] Drij moorden voor vijf cens, p. 23, 1945, Jan De Schuyter, L. Opdebeek – Uitgever - Antwerpen
[xviii] Drij moorden voor vijf cens, p. 19, 1945, Jan De Schuyter, L. Opdebeek – Uitgever - Antwerpen
[xix] Drij moorden voor vijf cens, p. 64, 1945, Jan De Schuyter, L. Opdebeek – Uitgever - Antwerpen
[xx] Drij moorden voor vijf cens, p. 24, 1945, Jan De Schuyter, L. Opdebeek – Uitgever - Antwerpen
[xxi] Drij moorden voor vijf cens, p. 27, 1945, Jan De Schuyter, L. Opdebeek – Uitgever - Antwerpen
[xxii] Drij moorden voor vijf cens, p. 77, 1945, Jan De Schuyter, L. Opdebeek – Uitgever - Antwerpen

Podcast Mysterieus België

Podcast Ware Misdaad