De Openbaring van Arsène Goedertier

De Openbaring van Arsène Goedertier

maandag 16 juni 2014

1.7. De symboliek van het Lam Gods



1.7. De symboliek van het Lam Gods

De achtergrond en algemene compositie van het Lam Gods verraden de inspiratiebronnen. Van oudsher is Sint-Jan de Doper de patroon van de plaatselijke parochiekerk en de stad Gent. Toen de gebroeders Van Eyck in de vijftiende eeuw het Lam Gods voltooiden, werd de Sint-Baafskathedraal nog naar deze patroonheilige de Sint-Janskerk genoemd.[i] Joos Vijd maakte deel uit van de Sint-Jansparochie. Dit heeft er in die tijd ongetwijfeld toe bijgedragen dat Sint-Jan de Doper een vooraanstaande plaats kreeg in het Lam Gods. Hij staat afgebeeld boven het middenpaneel, naast God de Vader, die hij aanwijst. Van Eyck heeft er in het Latijn de volgende tekst bij geschreven: ‘Dit is Johannes de Doper, groter dan de mens, aan de engelen gelijk, samenvatting van de wet, zaaiing van het Evangelie, stem van de Apostelen, stilzwijgen van de profeten, lamp van de wereld, getuige van de Heer.’
Sint-Jan de Doper vinden we ook op een andere plaats op het Lam Gods terug. Op de teruggegeven grisaille wijst deze heilige naar het Lam dat op zijn linkerarm ligt. Hierover schrijft Elisabeth Dhanens: ‘De keuze van het thema van het Lam houdt duidelijk verband met het lokale patroonschap van Sint Jan de Doper, patroon van de kerk en van de stad, waar Joos Vijd respectievelijk kerkmeester en schepen was.’[ii] Peter Schmidt sluit zich hierbij aan: ‘We wijzen erop dat de thematiek van het Lam ook door parochiale overwegingen kan ingegeven zijn. Het Lam is immers ook het attribuut van Johannes de Doper, patroonheilige van de toenmalige Sint-Janskerk. Johannes de Doper staat trouwens tweemaal op het retabel afgebeeld. Het Lam Gods is zijn attribuut. Het was immers Johannes de Doper die volgens het vierde evangelie Christus met deze benaming aanwees aan zijn leerlingen (Joh.1,36).’[iii]
Wat de dogmatische, theologische inhoud van de voorstelling betreft, laat het abstracte karakter van het onderwerp heel wat vrijheid tot interpretatie.[iv] Dat de invulling van het veelluik door de eeuwen heen evolueert, merken we aan de steeds veranderende benaming die het meekrijgt. Na de Joos Vijds taeffele werd het de tafel van Adam en Eva. Later werd het Triomphe de l’Agnus Dei (1567), Triumphus Agni Coelestis (1641), Het Paeschlam (1734), L’agneau de l’Apocalypse (1763), Le tableau où les vieillards adorent l’Agneau (1769), L’adoration de l’agneau par les vieillards du chap. IV de l’Apocalypse (1772) en het Lam Gods.[v]
De benamingen uit 1763 en 1772 wijzen op het belang van het boek Apocalyps, dat ook de Openbaring van Johannes wordt genoemd. Het Griekse woord ‘apocalyps’ betekent gewoon ‘openbaring’: in dit geschrift onthult God Zijn geheimen aan de mensen, via visioenen. Het boek beeldt de strijd uit tegen het Beest dat de wereld in het verderf stort. Na de overwinning op het Beest volgt Gods oordeel en de definitieve doorbraak van zijn heerschappij over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Peter Schmidt schrijft: ‘Het Lam Gods is een symbool voor Jezus Christus. Het christelijk geloof belijdt dat Jezus Christus de Messias is, God en mens, die door zijn kruisdood en verrijzenis de zondige mensheid gered heeft. Hij is de middelaar tussen God en mens, die de toegangspoort heeft geopend voor het eeuwig leven. Door zijn woord en voorbeeld heeft hij ook alle mensen de weg gewezen om door liefde en gerechtigheid het “Rijk der Hemelen” binnen te treden.’
Dat Jezus Christus als een Lam wordt voorgesteld, heeft te maken met het Nieuwe Testament. Meer bepaald is de auteur van het boek Apocalyps verantwoordelijk voor de uitwerking van deze symboliek. Het grote ‘visioen van het Lam’ begint in dit boek als volgt: ‘Toen zag ik tussen de troon met de vier dieren en de kring van de oudsten een Lam, staande, als geslacht…’ (Apk 5:6).’[vi]

Elisabeth Dhanens: ’Het heerlijk glooiend landschap, overwegend groen op het middenpaneel, enigszins rotsachtig op de zijpanelen, stelt het eeuwige paradijs voor: een grazige weide met bloemen, sommige met symbolische betekenis, struikgewas en heesters, bosschages en hoge bomen; de gezichtseinder afgesloten door de gebouwen en torens van het Hemels Jerusalem (Apk 3:12 en 21:2), met in het midden een smal vergezicht op een blauwachtig stroomlandschap.’[vii] ‘… en zie, op de berg Sion stond het Lam (Apk 14:1) … Voor het altaar staat een sierlijke fontein, de Fons Vitae of levensbron (Apk 7:17; 21:6; 22:1; 22:17), …’[viii]
Zij geeft vervolgens een eigentijdse interpretatie: ‘De Allerheiligenliturgie, inhoudende als belangrijkste element de Aanbidding van het Lam volgens de Apocalyps, is dus wel de voornaamste, ofschoon niet de enige literaire bron van de uitbeelding; niet de Apocalyps als zodanig. Immers in het Lam Gods vinden we verder niets van de dramatisch bewogen geest van dat Schrift, noch van zijn fantastische beeldspraak. Slechts één zinsnede in de Openbaring kan de algemene stemming van het Lam Gods weergeven, en we weerstaan niet aan de verleiding ze te citeren: … zodra Het (Lam) het zevende zegel had geopend, kwam er een stilte in de hemel, een half uur lang (Apk 8:1). In deze stilte willen wij het kunstwerk beschouwen.’[ix]
Hierbij geeft ze kritiek op anderen die gemeend hebben ‘te moeten opklimmen tot een abstracte, algemeen geldende hoofdgedachte die alle panelen van de polyptiek, de buitenluiken inbegrepen, tot een uiteindelijke eenheid smeedt, nl. Het dogma van de verlossing van het mensdom door het offer van Christus.’ Hiermee doelt ze op kanunnik Van den Gheyn (1920) en Leo van Puyvelde (1959).[x]  Voor ons is de interpretatie van kanunnik Van den Gheyn belangrijker omdat de kans groot is dat hij op zijn beurt Arsène Goedertier heeft beïnvloed bij zijn interpretatie van het retabel. Van latere auteurs was er toen immers nog geen sprake. Hier komen we later op terug.




1.8. Analyse van de gebeurtenissen

Heeft de betekenis van het gestolen object invloed gehad op het motief van de diefstal? In het gerechtelijk dossier vinden we niets terug waaruit blijkt dat de vroegste onderzoekers zich de vraag stelden. Ook in de non-fictie literatuur die later over de diefstal verscheen, is er nauwelijks iets over terug te vinden. Hoogstens vroeg men zich al eens af waarom juist de Sint-Jan de Doper en De Rechtvaardige Rechters werden gestolen. Antwoorden hierop werden dan vanuit praktisch oogpunt gezocht. Wel waren er fictie-auteurs die een poging ondernamen. Zij vertrokken dan bij het Lam Gods zelf, zonder enig aanknopingspunt te hebben met de werkelijke beweegredenen van de dader.
Maar de grootste lacune zelf is terug te vinden in de analyse van de gebeurtenissen die na de diefstal plaatsvonden. Zo is er heel wat geweten over de behandeling die de grisaille heeft gekregen tussen de diefstal en de teruggave. Afgezien van de geheime bergplaats van De Rechtvaardige Rechters, verkreeg men over dit paneel toch ook heel wat inlichtingen. En dat uit de mond van de dader zelf. Tegenover kennissen en familieleden loste hij hierover heel wat informatie. Op die manier kon hij later, als de zaak ooit opgelost raakte, pochen met zijn vernuft. Ook in zijn afpersingsbrieven lichtte hij hier en daar een tipje van de sluier op. Zo botsen we op heel wat eigenaardigheden waar de nodige vragen bij gesteld moeten worden, en die nooit zijn opgemerkt, laat staan bestudeerd. De analyse die hier volgt, is uitsluitend gebaseerd op feiten. Er wordt vooral rekening gehouden met de bevindingen van het gerechtelijk onderzoek, de afpersingsbrieven van Arsène Goedertier, en de primaire getuigenissen van mensen die zijn handelingen en uitspraken beschreven tijdens de periode van de afpersing. 



[i] In 1540 werd de Sint-Janskerk omgedoopt tot Sint-Baafskathedraal: Van Eyck, p. 88, 1980, Elisabeth Dhanens, Mercatorfonds
[ii] Van Eyck, p. 88, 1980, Elisabeth Dhanens, Mercatorfonds
[iii] Het Lam Gods, p. 33, 1995, Peter Schmidt, Davidsfonds/Leuven
[iv] Het retabel van het Lam Gods, p.42, 1965, Dr. Elisabeth Dhanens, Provincie Oost Vlaanderen, Inventaris van het kunstpatrimonium.
[v] Het retabel van het Lam Gods, p.43, 1965, Dr. Elisabeth Dhanens, Provincie Oost Vlaanderen, Inventaris van het kunstpatrimonium.
[vi] Het Lam Gods, p. 17, 1995, Peter Schmidt, Davidsfonds/Leuven
[vii] Het retabel van het Lam Gods, p.48, 1965, Dr. Elisabeth Dhanens, Provincie Oost Vlaanderen, Inventaris van het kunstpatrimonium.
[viii] Het retabel van het Lam Gods, p.49, 1965, Dr. Elisabeth Dhanens, Provincie Oost Vlaanderen, Inventaris van het kunstpatrimonium.
[ix] Het retabel van het Lam Gods, p.48, 1965, Dr. Elisabeth Dhanens, Provincie Oost Vlaanderen, Inventaris van het kunstpatrimonium.
[x] Het retabel van het Lam Gods, p.46, 1965, Dr. Elisabeth Dhanens, Provincie Oost Vlaanderen, Inventaris van het kunstpatrimonium.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten