De Openbaring van Arsène Goedertier

De Openbaring van Arsène Goedertier

maandag 22 september 2014

Arsène bespeelt maandelijks het orgel van de Sint-Annakerk te Bottelare


Na een wonderbaarlijke genezing in 1624, voor een miraculeus beeld van een Sint-Anna-te Drieën in Bottelare, groeit de landbouwgemeente uit tot een bekend bedevaartsoord. Het dorp, dat 10 km ten zuidwesten van Wetteren is gelegen, kent in de 18de tot begin 20ste eeuw een grote economische bloei, die voornamelijk te danken is aan de vele plaatselijke begankenissen. Het centrale punt van de pelgrimstocht is het miraculeuze beeld van Sint-Anna waarbij het volk troost en toevlucht zoekt met de aanroeping: ‘Jezus, Maria, Anna, wilt ons bevrijden van pest, oorlog en dure tijden.

De Sint-Annakerk van Bottelare is ook gekend voor de honderden votieve schilderijtjes die er hingen van personen die gunsten van Anna bekwamen. Kreupelen die van hun kwaal verlost zijn, laten hun krukken als ex-voto ter plaatse. Op een foto, genomen omstreeks 1930, is te zien hoe een tiental geofferde krukken tegen de Sint-Annatroon aangebracht zijn.
Een opvallend kunstwerkje betreft het votief schilderijtje van Maria Anna, zittend weergegeven, met een zangvogeltje (zwaluw?) op de rechterwijsvinger. Met haar linkerhand tilt ze haar bovenrok op. Door haar donkere onderrok lijkt het alsof het meisje geen benen heeft. Ze is geboren in Gent (1729) en gedoopt in de Sint-Baafskathedraal. 


Volgens de zuster van de koster van deze parochie kwam Arsène Goedertier hier elke maand op het orgel spelen. Schuin tegenover de kerk bevond zich een herberg met aanpalende slachterij. Op de voorgevel stond geschreven: In de Eendracht Estaminet - Slachter. In januari 1909 stichtte Arsène een mutualiteit en gaf het de naam 'De Eendracht'. Na zijn dood vond men in zijn bureel de afdrukken terug van de afpersingsbrieven. Op de omslag waarin ze waren opgeborgen schreef Goedertier 'Commiteit Mutualiteit'.

zondag 21 september 2014

De betekenis van Sint-Anna


Volgens de christelijke traditie is Anna de moeder van Maria. Omstreeks 500 wordt er voor het eerst melding gemaakt van een Annakerk in de buurt van de Schaapspoort en de Schaapsvijver te Jeruzalem. Anna zou men in deze kerk begraven hebben. Volgens de legende brengt keizerin Helena omstreeks 325, na de erkenning van het christendom, de relieken van Anna naar Constantinopel. Ze worden vergezeld met de stoffelijke resten van de Drie Koningen en het Heilige Kruis.
Sinds het einde van de dertiende eeuw wordt in de beeldende kunst Anna, Maria en Jezus samen weergegeven. Deze voorstelling noemt men Anna-te-Drieën. Sinds oudsher heeft de Annadevotie de typische trekken van een moedercultus.






Volgens een andere legende introduceert Karel de Grote (747–814) de Anna-verering in Germanië. In 803-804 wordt door Paus Leo III in Laken een eerste bedehuis gewijd, naar aanleiding van de doortocht van de pas gekroonde keizer.

Een vroege vermelding van de Anna-verering in de Nederlanden vinden we terug in Gent. In 1099 verovert Godfried van Bouillon (1060–1100) Jeruzalem. Na de inname van Jeruzalem komt de Sint-Niklaaskerk van Gent in 1101 in het bezit van een waardevol Sint-Annareliek.

De gekroonde keizer Karel de Grote en Godfried van Bouillon, gezeten op een ezel, vinden we zij aan zij terug op het paneel 'De Ridders van Christus'.





Sint-Anna is de patroonheilige van de mijnwerkers, de binnenschippers en de zeelieden. Ze heeft volgens hen macht over de elementen. Op het platteland worden op de feestdag van Sint-Anna (26 juli) de groene gewassen geoogst en het hooi binnengehaald. Ze kan blinden weer laten zien, lammen en kreupelen terug laten lopen. Ze wekt doden tot leven en is in staat oorlogen te bezweren. 


Zo kan bij Arsène Goedertier het idee zijn ontstaan dat door de moord op Joanna, met de daaropvolgende rampen en Mariaverschijning, de tweede komst van Jezus Christus, met de daarbij horende eindtijd nabij waren. Deze signalen konden enkel door uitverkoren engelen begrepen worden. 


zaterdag 20 september 2014

Het Gouden Boek van Grignion de Montfort


Rond 1715 maakt Grignion de Montfort zijn geestelijk testament op, met als titel De Ware Godsvrucht tot de Heilige Maagd, en met als tweede titel Voorbereiding op het Rijk van Jezus Christus. In 1843 geven de Montfortanen dit boek voor de eerste maal uit onder de titel Het Gouden Boek. Dit boek van Grignion de Montfort geeft een betekenis aan de Mariaverschijningen. Voor iemand die de Mariaverschijningen tracht te begrijpen, vormt het een onmisbaar werkstuk. Het is niet toevallig dat men bij het terugvinden van dit boek in de 19 de eeuw de eerste van een hele reeks Mariaverschijningen plaatsvinden. Denk maar aan die van La Salette (1846) en die van Lourdes (1858). Frans Van Kets zingt het liedje over de paddestoel op dezelfde wijze als 'Te Lourdes op de bergen'.

Het boek voorspelt de komst van het Rijk van Christus Koning tijdens de eindtijd. Volgens de Montfort zullen uitverkoren Heiligen Konings geheim der geheimen doorgronden. Dit is het geheim van de mens geworden Verlosser. Bij Christus' tweede komst zal Maria geopenbaard worden door de Heilige Geest. Enkel de uitverkoren Heiligen zullen Maria herkennen door naar haar te zoeken. Wanneer ze Maria hebben herkend zullen ze de mens geworden Jezus Christus vinden. Het is Maria die de Heiligen zelf kiest. Aan het eind der tijden zullen zij dan Gods vijanden bestrijden. Wanneer dit zal gebeuren? Alleen God weet het.

'Maria zal meer dan ooit uitschitteren in goedertierenheid, kracht en genade. De ware apostel van de laatste tijden zal van de Heer de gave van het woord krijgen, met de kracht om wonderen te verrichten waardoor hij de duivel mee zal verslaan'.

De favoriete leuze van Grignion de Montfort is 'Ad Majorem Dei Gloriam' (A.M.D.G.) of 'tot meerdere eer van God'.
Hij verwerkt deze spreuk in zijn geliefd gebed:

'Ik laat u een geheel en volkomen recht, om over mij en al wat mij toebehoort, zonder voorbehoud te beschikken naar uw goedvinden, tot meerdere eer van God, in de tijd en in eeuwigheid. Aanvaard o Goedertierene Maagd, deze geringe offerande mijner slavernij, ...'

Arsène Goedertier ondertekent een brief die hij tijdens de afpersing naar zichzelf stuurt met 'A.M.D.G.' Deze brief moet dienen als 'vrijgeleide' indien de politie hem bij het afhalen van het losgeld zou onderscheppen.


Joanna Van Calck wordt teruggevonden, gewikkeld in haar blauwe jas met groene voering. In de christelijke iconografie staat de blauwe kleur voor de hemel, voor het goddelijke. Het is de kleur van Maria. Anna, de moeder van Maria wordt altijd in het groen afgebeeld. 
Frans Van Kets zingt op Sint-Anna over de verminkte Joanna, waarvan de benen waren afgesneden en over Maria, die zonder benen verscheen. Arsène Goedertier verstuurt op 30 april 1934 zijn eerste brief vanuit Sint-Anna, het dorp dat wordt genoemd naar de Heilige Anna en waarvan de naam van Joanna is afgeleid. 

vrijdag 19 september 2014

Een wonderbare verschijning te Borgerhout


De moord op Joanna Van Calck luidt in 1906 een rampjaar in. De Belgen krijgen een reeks flinke dreunen te verwerken, waarvan de belangrijkste:

1. 26 februari 1906: Grootste overstroming van de Maasvallei sinds mensenheugenis;

2. 10 maart 1906: Grootste mijnramp ooit te Courrieres. Meer dan 1250 slachtoffers, waarvan 400 Belgen;

3. 12 maart 1906: Grootste geregistreerde overstroming van de Scheldedelta ooit, en dit tot in Wetteren. Het zou tot het najaar duren vooraleer het water overal is weggetrokken.

Nauwelijks is het water weggetrokken, of er doet zich te Borgerhout, niet ver van de Sint-Jan de Doperkerk een Mariaverschijning voor. Maria verschijnt er tussen een serre en een kippenhok in de vorm van een paddenstoel, echter zonder benen.


Terwijl duizenden mensen zich aan de paddestoel staan te vergapen, staat de Antwerpse marktzanger Frans Van Kets op Sint-Anna of Sint-Anneke de volgende liederen te bezingen:


1. Treurspel over de ijselijke misdaad te Sint-Jan Molenbeeck op het achtjarige meisje Johanna Van Calck;

2. Mijnramp in Frankrijk;

3. Gevolgen van de springvloed;

4. Wonderbare verschijning van een Madonnabeeld te Borgerhout in de gedaante van eenen paddestoel.

In de loop van 1906 schrijven de kranten dat sommigen de moord op Joanna Van Calck in een religieuze context plaatsen. Voor zo iemand is de stap klein om een link te leggen tussen de Mariaverschijning zonder benen en het vermoorde meisje met afgesneden benen.

Het zoontje van Goedertier, Adhemar, viert op 10 juni 1934 zijn plechtige communie. Na het feest verwerkt Arsène de tafel, waaraan de familie feeste, tot een kippenhok. Eerder liet hij door een man uit Lochristi glas leveren voor het bouwen van een serre. Adhemar vertelt dat zijn vader geregeld vroeg opstond om paddestoelen te gaan zoeken in Massemen. Binnenkort zal duidelijk worden wat de realtie is tussen de moord op Joanna Van Calck, de wonderbare verschijning te Borgerhout en de diestal van De Rechtvaardige Rechters.



Podcast Mysterieus België

Podcast Ware Misdaad