De Openbaring van Arsène Goedertier

De Openbaring van Arsène Goedertier

zaterdag 14 februari 2015

De potloodpuntjes in het Antwerps stadsplan


Mortier en Kerckhaert schreven in De Rechtvaardige Rechters gestolen dat Goedertier nog andere sporen achterliet: ‘In de alfabetische lijst van de straatnamen staan heel lichtjes met de punt van een potlood drie straten gemerktekend nl. de Mutsaertstraat, de Pollepelstraat en de Markgravelei.’ Goedertier plaatste een potloodpuntje voor de Markgravelei en liet daar ook het losgeld afleveren; het puntje was daar dus niet lukraak gezet.

Detail potloodpunt Antwerps stadsplan (foto genomen door I. Lasters ism Chris Noppe)
Op het eerste gezicht stonden er in de stratenindex op de pagina’s 59-60 drie potloodpuntjes. Maar bij nader inzien bleek het niet over drie aparte puntjes te gaan: het puntje aan de Markgravelei zette hij voor de straatnaam en dat van de Mutsaertstraat erachter. (Volgens de index loopt de Mutsaertstraat van Klapdorp tot aan de Blindenstraat.) Toen het me duidelijk werd dat de twee puntjes op hetzelfde blad stonden, maar op een verschillende bladzijde, realiseerde ik me dat het hier niet om twee puntjes ging, maar om een en hetzelfde punt. 


Detail doordruk potloodpunt Antwerps stadsplan (foto genomen door I. Lasters ism Chris Noppe)

Dit was goed te merken, toen ik het blad tegen het licht hield. 

Detail potloodpunt: belicht (foto genomen door I. Lasters ism Chris Noppe)

Goedertier had met een vet potlood voor de Markgravelei een puntje gezet, dat doordrukte naar de Mutsaertstraat.



Doorgedrukt potloodpunt: belicht (foto genomen door I. Lasters ism Chris Noppe)

Tot mijn verbazing bleek het eerste beschrijvende deel van het boekje vol te staan met potloodpuntjes en -streepjes. En bijna al deze markeringen drukten door naar de volgende bladzijde.

Waarschijnlijk maakte Goedertier gebruik van een analinepotlood. Tijdens de Eerste Wereldoorlog waren deze zeer in trek vanwege hun speciale eigenschappen. Je kon ermee op een nat blad papier schrijven, en schreef je met een nat analinepotlood, dan werd de tekst daarna ook onuitwisbaar. Maar omdat analine vet is, loopt de geschreven tekst door naar de andere zijde van het blad, waar je de tekst dan gewoon kunt aflezen.

Op pagina 28 trok Goedertier voor de titel C. Coquilhat een duidelijk streepje. De bijhorende tekst gaat over het monument van Coquilhat in het Koning Albert Park te Antwerpen. Coquilhat nam onder Leopold II deel aan de exploratie van Congo en werd er in 1890, op het einde van zijn leven, gouverneur. In 1934 ‘heerste’ koning Albert I nog altijd over dit gebied. Het Koning Albert Park is vernoemd naar dezelfde vorst.

Potloodpuntjes Antwerps stadsplan: p. 28 (foto genomen door I. Lasters ism Chris Noppe)

Andere potloodstreepjes duiden Koning Albert Park, Congo en nogmaals Koning Albert Park aan.

De reden waarom Arsène het woordje ‘Congo’ aanduidt wordt duidelijk wanneer we de moord op Joanna Van Calck nog eens onder de loep nemen: Acht dagen na het misdrijf op Joanna, op 15 februari om 16 uur, ontdekten twee koetsiers langs de Médoristraat (de vroegere Grote Blindenstraat) in Laken, een pakket van krantenpapier met de laarzen van Joanna. Het pakket lag in een sparrenbos in de nieuwe koloniale tuin, genaamd Jardin du Roi.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen