De Openbaring van Arsène Goedertier

De Openbaring van Arsène Goedertier

zondag 1 maart 2015

Analyse van het gebruik van de potloodpunten


Na een eerste studie van het stadsplan in 2002, stond het belang van deze ontdekking voor mij meteen vast. Terwijl Goedertier met zijn code op een indirecte wijze naar de Belgische vorsten verwees, legde hij dezelfde link met zijn potlood, op een subtiele en tegelijk meer directe manier. Vooral de wijze waarop hij dit deed, is van belang voor het verdere onderzoek. Het lijkt erop dat bij de uitvoering van zijn plan alle dingen uit twee moesten bestaan. Het is alsof deze dualiteit de rechtvaardiging vormt van heel zijn onderneming. Dit was al tot uiting gekomen bij de afpersing.

In de loop van 2012, nadat ik ontdekte welke rol zijn onderzoek naar de moordenaar van Joanna in dit alles kon hebben, slaagde ik erin mijn bevindingen nog beter te plaatsen in de context die Arsène Goedertier geschapen had. Via hemelse boodschappen werd hij in kennis gesteld van het Konings Geheim der Geheimen, waarna hij moest wachten op signalen die hem in het kader van het Laatste Oordeel zouden vertellen welke grootse opdracht hij nog te vervullen had. Na het Kerstmisdrama in Wetteren en de mysterieuze verdwijning van Robert Kreglinger ontwikkelde hij een lijnenspel, dat ‘een bovenaardse kruising’ opleverde voor de koninklijke crypte. De openbaring van de koninklijke begraafplaats was een feit, maar dit betekende nog niet dat hij wist wat hem nu te doen stond. Naarstig ging hij op zoek naar tekenen die hem konden vertellen waarom dit koninklijk graf aan hem gereveleerd werd. Het is binnen deze context dat zijn potloodpuntjes in het Antwerps stadsplan bekeken moeten worden.

Door zijn strikt geloof in het religieus determinisme was Goedertier ervan overtuigd dat de Allerhoogste macht had over de vrije wil van de mens, zodat Hij geheime boodschappen kon achterlaten die alleen de uitverkorenen konden begrijpen.



God zorgde er via de drukker van het stadsplan voor dat de zinsnede ‘deux grands panneaux portant’ (twee panelen uit het Lam Gods, de grisaille met het Lam en De Rechtvaardige Rechters, vertegenwoordigden in de leefwereld van Goedertier koning Albert) verbonden werd met koning Albert. Door het plaatsen van puntjes zocht Goedertier niet alleen naar de invulling van zijn taak, maar ook naar de rechtvaardiging ervan. Dat het Antwerpse stadsplan voor hem een bijzondere waarde had, bewijst het feit dat dit boekje gevonden werd naast de afpersingsbrieven in zijn bureau. Van Ginderachter schreef in zijn verslag: ‘Ci-joint un plan d’Anvers, trouvé dans le bureau de X…’

In het geval van een arrestatie zouden de speurders helemaal geen oog hebben  voor de tientallen puntjes in het boekje, en zelfs  niet  voor de dikke potloodbol die schijnbaar achteloos in een tekst was getekend. Toch vormde deze bol een directe link naar de bergplaats. Dit moet de fantast Goedertier een enorme kick gegeven hebben. Het versterkte zijn superioriteitsgevoel ten opzichte van de gerechtelijke diensten en het riep helemaal de sfeer op van een Arsène Lupin in zijn beste dagen. Het stadsplan kan voor Goedertier ook de functie van een soort talisman gehad hebben. Zijn optreden in Antwerpen vertegenwoordigde de kwetsbaarste schakel van zijn onderneming, maar in dit boekje bevestigde de Allerhoogste de rechtvaardiging van zijn opzet. En het zou hem beschermen tegen ontmaskering.